Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
6 oktober 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor moord, poging tot beroving met geweld, wapenbezit en andere geweldsdelicten. De verdachte werd in eerste aanleg en hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar.
De Hoge Raad overwoog dat het hof ten onrechte toepassing gaf aan artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering door niet één strafoplegging te bepalen voor alle bewezen verklaarde feiten, maar afzonderlijke straffen vast te stellen. Dit was in strijd met eerdere rechtspraak van de Hoge Raad, waaronder een arrest in een zaak van een medeverdachte.
De Hoge Raad vernietigde daarom ambtshalve de strafoplegging en de bepaling van de straf voor de feiten buiten het primaire tenlastegelegde, en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen. De zaak betreft ernstige geweldsdelicten met een lange voorgeschiedenis en persoonlijke omstandigheden van de verdachte die in de strafbepaling meewegen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt ambtshalve de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van de strafoplegging.