ECLI:NL:HR:2015:2910

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2015
Publicatiedatum
2 oktober 2015
Zaaknummer
14/05213
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aansprakelijkheid en uitleg polisvoorwaarden in verzekeringszaak

In deze zaak stond centraal de vraag of HDI-Gerling Verzekeringen N.V. aansprakelijk was voor schadevergoeding aan Kong Hing Supercenter N.V. De rechtbank Rotterdam wees de aansprakelijkheid af, een oordeel dat het gerechtshof Den Haag bevestigde in arresten van 4 juni 2013 en 15 juli 2014. HDI stelde cassatieberoep in tegen het laatste arrest.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De klachten van HDI leiden niet tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de aansprakelijkheid van HDI niet bestaat en dat de polisvoorwaarden juist zijn uitgelegd. Tevens veroordeelt de Hoge Raad HDI in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2015.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van aansprakelijkheid door het hof.

Uitspraak

2 oktober 2015
Eerste Kamer
14/05213
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
KONG HING SUPERCENTER N.V.,
gevestigd te Oranjestad, Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. D.A. van der Kooij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HDI en Kong Hing.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 334752/HA ZA 09-1934 van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.087.678/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 juni 2013 en 15 juli 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 15 juli 2014 heeft HDI beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Kong Hing heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor HDI mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
De advocaat van HDI heeft bij brief van 3 juli 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HDI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Kong Hing begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
2 oktober 2015.