ECLI:NL:HR:2015:2822

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2015
Publicatiedatum
24 september 2015
Zaaknummer
14/06585
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 282 lid 1 RvArt. 278 lid 3 RvArt. 279 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake draagkracht bij kinderalimentatie en processtukken na onttrekking advocaat

In deze zaak stond een geschil over kinderalimentatie centraal, waarbij de draagkracht van de man werd betwist. De procedure begon bij de rechtbank Noord-Holland en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, waarvan de beschikking aan het arrest is gehecht.

De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het hof, terwijl de man geen verweerschrift indiende. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De vrouw klaagde onder meer over het overleggen van nieuwe stukken nadat haar advocaat zich had onttrokken en over de toepassing van verplichte procesvertegenwoordiging.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof. De beschikking werd gegeven door de vice-president Bakels en raadsheren Heisterkamp, de Groot, van den Brink en Tanja-van den Broek.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en het oordeel van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

25 september 2015
Eerste Kamer
14/06585
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/14/138313 / FA RK 12-465 en C/14/138292 / FA RK 12-464 van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.132.045/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 september 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 september 2015.