Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beëindiging van een schuldsanering zonder toepassing van de schone lei centraal. De verzoeker had tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak en beoordeelt het cassatieberoep aan de hand van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt daarom verworpen.
Daarnaast is overwogen dat ambtshalve toepassing van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet aan de orde is.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsanering zonder toepassing van de schone lei.