Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij tot twaalf jaar gevangenisstraf was veroordeeld. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de straf, met vermindering daarvan.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel niet tot cassatie kan leiden. Het tweede middel klaagt de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase aan, omdat het hof de stukken te laat heeft ingezonden. Deze klacht wordt niet verworpen.
De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de straf van twaalf naar elf jaar en zes maanden gevangenisstraf.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gewezen door de raadsheren J. de Hullu, Y. Buruma en N. Jörg.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf jaar naar elf jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase.