ECLI:NL:HR:2015:1862

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
9 juli 2015
Zaaknummer
14/05019
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie over declaraties advocaat

In deze zaak stond een geschil over de declaraties van een advocaat centraal tussen eiser en de maatschap Scheersanders Advocaten (SSA). Eiser had bij het gerechtshof Den Haag beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de kantonrechter, maar het hof wees zijn vordering af. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de kantonrechter en het arrest van het gerechtshof Den Haag voor de feitelijke gang van zaken. De klachten die eiser in cassatie aanvoert, worden door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser heeft gereageerd. De Hoge Raad volgt de conclusie en verwerpt het beroep in cassatie. Tevens wordt eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag van € 2.590,34.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en sluit het geschil over de declaraties van de advocaat definitief af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

10 juli 2015
Eerste Kamer
14/05019
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. A.H.M. van den Steenhoven en mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
de maatschap SCHEERSANDERS ADVOCATEN,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en SSA.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1143892/12-4738 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 26 november 2012;
b. het arrest in de zaak HD 200.123.277/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
SSA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 juni 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SSA begroot op € 390,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
10 juli 2015.