ECLI:NL:HR:2015:1676

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2015
Publicatiedatum
18 juni 2015
Zaaknummer
14/06343
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 52a lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6:6 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een informatiebeschikking op grond van artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het beroepschrift in cassatie voldeed echter niet aan de vereiste inhoudelijke eisen, omdat het geen gronden van het beroep bevatte.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen. Ondanks deze mogelijkheid heeft belanghebbende niet gereageerd met herstel van het verzuim. De Hoge Raad heeft daarop het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 juni 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

19 juni 2015
Nr. 14/06343
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 6 november 2014, nr. 13/00299, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 januari 2013 (nr. AWB 12/1831) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat niet de gronden van het beroep.
Bij brief van 31 december 2014 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief van 10 februari 2015, zonder evenwel het verzuim te herstellen. De Hoge Raad zal daarom met toepassing van artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2015.