Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
16 juni 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2013 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is vastgesteld op 19 mei 2015 en op 16 juni 2015 uitgesproken door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink. Mr. Jörg was niet in staat het arrest te ondertekenen. Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.