Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een moordzaak gepleegd in het Kleine Kroegje te Groningen. Het beroep is ingesteld door verdachte en behandeld door de Hoge Raad op 26 mei 2015.
De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen zijn die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienen.
Het arrest van het gerechtshof wordt daarmee bekrachtigd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren J. de Hullu (voorzitter), Y. Buruma en N. Jörg. Het beroep wordt verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.