ECLI:NL:HR:2015:1290

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 mei 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
14/04944
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 279 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in personen- en familierechtelijke procedure over vertegenwoordiging en rechtsstrijd

In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, die was gegeven in een procedure over personen- en familierecht. De zaak betreft onder meer de vertegenwoordiging van een partij door een advocaat ter terechtzitting en de omvang van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing.

De man, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De advocaat van de vrouw heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, met name de beschikking van 8 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0760), en stelt dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoeven in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de beschikking van het hof in stand. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer de Groot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

22 mei 2015
Eerste Kamer
14/04944
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak R05/097HR, van de Hoge Raad van 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0760, NJ 2006/660.
b. de beschikking in de zaak 200.138.549/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 15 april 2015 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
22 mei 2015.