ECLI:NL:HR:2015:109

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2015
Publicatiedatum
22 januari 2015
Zaaknummer
14/02958
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking en OZB-aanslag gemeente Bloemendaal

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 mei 2014, waarin een hoger beroep van belanghebbende werd behandeld over de WOZ-beschikking en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2011 betreffende een onroerende zaak te Bloemendaal.

Het college voerde meerdere klachten aan in cassatie, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en legde het griffierecht van €493 op aan het college. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015 door raadsheer C. Schaap als voorzitter, samen met raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal is ongegrond verklaard.

Uitspraak

23 januari 2015
Nr. 14/02958
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 1 mei 2014, nr. 12/00622, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 12/668) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2011 en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bloemendaal voor het jaar 2011 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q].

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal wordt een griffierecht geheven van € 493.