Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Leeuwardenvan 7 mei 2010, nr. 09/00105, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden inzake de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) op een auto die in België is geregistreerd maar in Nederland wordt gebruikt door een persoon met woonplaatsen in beide landen.
De Hoge Raad vroeg het Hof van Justitie van de Europese Unie om prejudiciële uitleg over de toepassing van artikel 43 EG Pro (thans artikel 49 VWEU Pro) in deze context. Het Hof van Justitie oordeelde dat een lidstaat een belasting mag heffen op het gebruik van een in een andere lidstaat geregistreerde auto, ook als deze auto al in die andere lidstaat is belast, mits de belasting niet discriminerend is en de auto daadwerkelijk en duurzaam in beide lidstaten wordt gebruikt.
De Hoge Raad heeft vervolgens het cassatieberoep ongegrond verklaard, bevestigend dat de BPM-heffing in Nederland rechtmatig is en dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met de registratiebelasting betaald in België. Tevens zijn geen proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de BPM-heffing op de in België geregistreerde auto gebruikt in Nederland.