Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr. De Hoge Raad heeft in eerdere arresten geoordeeld dat bij het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op grond van dit artikel de rechter zich ervan moet vergewissen dat de stappen van de terugkeerrichtlijn zijn doorlopen.
In deze zaak bleek uit het bestreden arrest niet dat het Hof zich hiervan had vergewist. Omdat de cassatieschriftuur vóór 21 mei 2013 was ingediend, onderzocht de Hoge Raad ambtshalve of aan deze vereiste was voldaan.
De Hoge Raad besloot daarom de strafoplegging te vernietigen en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor een nieuwe berechting van de strafoplegging. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting terug naar het gerechtshof.