ECLI:NL:HR:2014:932

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2014
Publicatiedatum
17 april 2014
Zaaknummer
13/04406
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2010

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2013, waarin hoger beroep was gedaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem over de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen onroerendezaakbelastingen voor 2010 betreffende een onroerende zaak te Haarlem.

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek en het college een conclusie van dupliek indienden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren van Loon, Fierstra en Groeneveld op 18 april 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

18 april 2014
Nr. 13/04406
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 24 oktober 2013, nr. 12/00282, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 11/203) betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2010 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2014.