ECLI:NL:HR:2014:928

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
16 april 2014
Zaaknummer
12/01063
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2012, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. De advocaat van de betrokkene diende middelen van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), W.F. Groos en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 januari 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

21 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/01063 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 februari 2012, nummer 23/002104-09, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2014.