ECLI:NL:HR:2014:894

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2014
Publicatiedatum
10 april 2014
Zaaknummer
13/04301
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake aanmaningskosten Hoogheemraadschap

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2013, waarin het hof de aanmaningskosten die door de ambtenaar belast met de invordering van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan belanghebbende waren opgelegd, had bevestigd. Tevens werd het verzoek om een hogere vergoeding van kosten en een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld. Uit de overwegingen blijkt dat de klachten van belanghebbende geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft en dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld.

Het arrest is op 11 april 2014 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

11 april 2014
Nr. 13/04301
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 25 juli 2013, nr. 12/00655, betreffende de door de ambtenaar belast met de invordering van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier aan belanghebbende in rekening gebrachte aanmaningskosten, de afwijzing van het verzoek om een hogere vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep en van het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014.