Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- aanslag € 157,50
- kosten € 7,00
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
3. Beoordeling van het geschil
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende ontving een aanmaning tot betaling van waterschapsbelastingen 2008 inclusief aanmaningskosten. Na bezwaar tegen de kosten werd dit bezwaar gegrond verklaard, maar later ontving belanghebbende een brief aangeduid als herinnering met een nieuwe betalingsopdracht. Belanghebbende diende opnieuw een bezwaarschrift in tegen deze brief, dat niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, maar handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wees het verzoek om kostenvergoeding af. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het Hof oordeelt dat tegen de herinneringsbrief geen rechtsmiddelen openstaan en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
Het Hof bevestigt dat het verzoek om kostenvergoeding voor de bezwaarfase niet toekomt, omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Ook wijst het Hof het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van 2 jaar niet is overschreden.
De rechtbank had belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend voor de beroepsfase, welke beslissing door het Hof in stand wordt gelaten omdat de ambtenaar geen hoger beroep heeft ingesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.