Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 oktober 2012 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. I.A. van Straalen middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, was geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is op 8 april 2014 gewezen door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink. Het beroep is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.