Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 september 2012. Het beroep is ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door mr. E.E.W.J. Maessen. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.