Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 29 mei 2013, nr. BK-12/00326, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan verpakkingenbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, producent en verkoper van zelfklevend materiaal bestaande uit vier lagen, waaronder een release liner, heeft bezwaar gemaakt tegen de verpakkingenbelasting die zij over 2010 heeft betaald. De liner voorkomt uitdroging en kleven van het materiaal en wordt verwijderd vlak voor gebruik, waarna het als afval achterblijft.
De Rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en teruggaaf toegekend, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de liner een verpakking is volgens artikel 80 Wbm Pro. Belanghebbende stelde in cassatie dat de liner geen verpakking is omdat het integraal deel uitmaakt van het product en noodzakelijk is voor het fabricageproces.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. De liner voldoet aan de definitie van verpakking, ook al is het onderdeel van het materiaal, omdat het niet bedoeld is om samen met het product te worden gebruikt en na aanbrengen als afval overblijft. Het logo en productgegevens op de liner vervullen een marketing- en informatieve functie. De cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de release liner een verpakking is en verklaart het cassatieberoep ongegrond.