Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00846, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een bedrag aan overdrachtsbelasting dat op aangifte was voldaan. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het ingebrachte middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat het middel evident niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel is gebaseerd op eerdere jurisprudentie, waaronder HR 14 juni 2013, nr. 12/03630.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Schaap, van Loon en Groeneveld op 28 maart 2014.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.