Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 juli 2013, nr. BK-12/00835, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 juli 2013, betreffende een door hem op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden, zoals ook bevestigd in eerdere jurisprudentie (HR 14 juni 2013, nr. 12/03630).
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 28 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheer C. Schaap, voorzitter, en raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.