Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede en het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 maart 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor poging doodslag op [betrokkene] door met hoge snelheid en zonder te remmen op het slachtoffer in te rijden met een auto. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte dit met opzet had gedaan om het slachtoffer van het leven te beroven.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van verdachte zelf, het slachtoffer en een getuige die allen het hoge tempo en het niet remmen bevestigden. Echter ontbrak in de bewijsvoering een aanwijzing dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het slachtoffer op dat moment.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had dat verdachte het opzet had om het slachtoffer te doden, omdat de wetenschap of het bewustzijn van het slachtoffer ontbrak in het bewijs. Daarom werd het arrest vernietigd voor zover het opzet en de strafoplegging betreft en werd de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 18 maart 2014.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het opzet en de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.