Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 maart 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 juli 2012. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van de verdachte. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is op 4 maart 2014 gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren zitting hadden. Het beroep is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.