Uitspraak
,nummer RK 12/1193
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Arnhem over een klaagschrift ex art. 552a Sv inzake beslag op digitale bestanden onder verschillende matternummers. De Rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond voor stukken onder matternummer [001] en heropende het onderzoek voor stukken onder matternummer [002].
De Hoge Raad beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Voor het deel dat betrekking heeft op matternummer [001] is de klager ontvankelijk, maar niet voor beslissingen over matternummer [002], aangezien deze tussenbeschikkingen betreffen waartegen geen cassatieberoep openstaat.
Vervolgens behandelt de Hoge Raad het verschoningsrecht. De Rechtbank oordeelde dat geen beroep op verschoningsrecht mogelijk is voor stukken onder matternummer [001], omdat deze in een dossier zijn gevoegd dat onder verantwoordelijkheid staat van fiscalisten en niet van een advocaat. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel onjuist is, omdat het prijsgeven van het verschoningsrecht door voeging in een ander dossier niet zonder meer geldt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaart voor matternummer [001] en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland voor herbehandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking over matternummer [001] en verwijst de zaak terug voor herbehandeling.