Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het derde middel
NJ 2010/144).
4.Slotsom
5.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Rechtbank Arnhem het klaagschrift van klaagster ongegrond verklaard voor zover het betrekking had op de inbeslagneming van stukken onder matternummer [001]. De Rechtbank oordeelde dat klaagster geen beroep kon doen op het verschoningsrecht omdat de stukken waren gevoegd in een dossier onder een ander matternummer dat niet onder verantwoordelijkheid van een advocaat viel.
De Hoge Raad stelt dat dit oordeel een onjuiste rechtsopvatting inhoudt. Het verschoningsrecht kan niet worden uitgesloten alleen omdat stukken uit een advocatuurlijk dossier zijn gevoegd in een ander dossier onder verantwoordelijkheid van een niet-verschoningsgerechtigde. De Hoge Raad verklaart klaagster ontvankelijk voor zover het beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift met betrekking tot matternummer [001].
De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze beslissing betreft en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland voor herbehandeling en afdoening. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Rechtbank Arnhem voor zover het verschoningsrecht bij beslag op stukken onder matternummer [001] betreft en verwijst de zaak terug voor herbehandeling.