Uitspraak
,nummer RK 12/985
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Rechtbank Arnhem het klaagschrift van klaagster, gericht tegen de inbeslagname van digitale bestanden behorend tot twee verschillende matter-nummers, deels ongegrond verklaard en deels het onderzoek heropend. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de toepassing van het verschoningsrecht bij inbeslagname van stukken onder een fiscalist.
De Rechtbank oordeelde dat het verschoningsrecht niet van toepassing was op de stukken behorend tot matter-nummer 001, omdat deze onder verantwoordelijkheid van fiscalisten vielen en niet onder een advocaat. De Hoge Raad stelt dat het verschoningsrecht niet verloren gaat door het samenvoegen van stukken in een dossier onder een niet-verschoningsgerechtigde, en vernietigt daarom het oordeel van de Rechtbank over dit punt.
De Hoge Raad verklaart klaagster ontvankelijk voor zover het beroep betrekking heeft op de inbeslagname onder de fiscalist en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland voor herbehandeling. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die het Openbaar Ministerie moet betrachten bij doorzoekingen en de reikwijdte van het verschoningsrecht bij inbeslagname.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking dat het klaagschrift ongegrond verklaarde voor de inbeslagname onder de fiscalist en wijst de zaak terug voor herbehandeling.