Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 februari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 december 2012 in een strafzaak over belaging van gemeenteambtenaren.
Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie voorgesteld, waarop de Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering, geen nadere motivering nodig is omdat het middel niet leidt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter van Kan en W.F. Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 februari 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.