Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 december 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. Het cassatieberoep is ingediend door de raadsman van de verdachte, mr. J.G. Wiebes. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman van de verdachte heeft hier schriftelijk op gereageerd.
De Hoge Raad heeft de middelen van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 december 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.