Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.Slotsom
4.Beslissing
25 november 2014.
Hoge Raad
Klaagster verzocht teruggave van een op 28 augustus 2013 inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.640,- dat haar toebehoorde. De Rechtbank Oost-Brabant verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Uit door de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen bleek dat het geldbedrag inmiddels onherroepelijk was verbeurdverklaard door dezelfde rechtbank.
De Hoge Raad stelt dat indien het gerecht dat het klaagschrift behandelt constateert dat de voorwerpen inmiddels zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift ex art. 552b Sv. Indien het gerecht niet bevoegd is, moet het de stukken doorzenden naar het bevoegde gerecht.
In deze zaak werd het vonnis met de verbeurdverklaring pas onherroepelijk in cassatie, maar ook dan geldt dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift ex art. 552b Sv. De Hoge Raad vernietigt de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar de Rechtbank Oost-Brabant voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling.