ECLI:NL:HR:2014:3415

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2014
Publicatiedatum
25 november 2014
Zaaknummer
14/00855
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie tijdig ingediend door een raadsman bij de Hoge Raad.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene. De Hoge Raad beoordeelt dat het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn in strijd is met art. 437 lid 2 in Pro verbinding met art. 511h Sv, waardoor betrokkene niet ontvankelijk kan worden verklaard in het beroep.

De Hoge Raad verklaart daarom betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 25 november 2014.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.

Uitspraak

25 november 2014
Strafkamer
nr. 14/00855 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 december 2013, nummer 21/000130-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2014.