ECLI:NL:HR:2014:332

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2014
Publicatiedatum
14 februari 2014
Zaaknummer
13/04632
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 350 lid 3 onder f FwArt. 288 lid 1 FwArt. 288 lid 2 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens nieuwe feiten na toelating

Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling werd bevestigd. De regeling was beëindigd omdat na toelating feiten en omstandigheden aan het licht waren gekomen die de toelating in de weg stonden.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het arrest van het hof. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief is vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

14 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04632
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met de insolventienummers C/02/12/445 R en C/02/12/446 R van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 juni 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.129.863/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 september 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
14 februari 2014.