Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 maart 2013, nrs. 12/00024 en 12/00025, betreffende navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een psychotherapeut, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1999 en 2000. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank Leeuwarden werd de aanslag over 1999 bevestigd en die over 2000 verminderd. Het Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof en voerde meerdere klachten aan, waaronder dat het Hof niet over alle stukken beschikte, onjuiste beoordeling van het gebruik van een pand binnen de onderneming, en het niet behandelen van het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Hoge Raad oordeelde dat enkele klachten slaagden, met name over het gebruik van het pand en het niet behandelen van het beroep op algemene beginselen, en vernietigde het arrest van het Hof. De zaak werd verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.
Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening werd gehouden met samenhang met een andere zaak. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed en de helft van de kosten voor rechtsbijstand werd vastgesteld op €974.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.