ECLI:NL:HR:2014:3208

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2014
Publicatiedatum
13 november 2014
Zaaknummer
12/05818
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • R.J. Koopman
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:42 AwbArt. 8:31 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraken Gerechtshof en verwijst bestuursrechtelijke belastingzaak terug voor nieuw onderzoek

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen voor de jaren 2000 en 2001. De Hoge Raad heeft de zaken samengevoegd en de middelen beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de uitspraken van het hof niet in stand kunnen blijven vanwege een geslaagd middel dat betrekking had op een van de raadsheren. De overige middelen behoeven geen behandeling. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuw onderzoek in volle omvang.

Daarnaast benadrukt de Hoge Raad dat de inspecteur op grond van artikel 8:42, lid 1, Awb verplicht is alle relevante stukken aan belanghebbende en de rechter te overleggen. Indien een partij dit nalaat, mag de bestuursrechter op grond van artikel 8:31 Awb Pro passende gevolgtrekkingen maken.

De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, waarbij ook het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2014.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van het hof en verwijst de zaak voor nieuw onderzoek naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

14 november 2014
Nr. 12/05818
Arrest
gewezen op de beroepen in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 7 november 2012 en 7 december 2012, nrs. 08/00220 en 08/00269, op de (incidentele) hoger beroepen van belanghebbende en van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nr. AWB 06/470) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2000 en 2001 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de premie ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de premie ingevolge de Ziekenfondswet, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraken bij afzonderlijke beroepschriften beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Hoge Raad heeft de zaken ter behandeling gevoegd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. R.W.J. Kerckhoffs, mr. A.M.E. Nuyens en mr. A.J.C. Perdaems, advocaten te Breda.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Middel 1 faalt voor zover het betrekking heeft op mr. G.J. van Muijen en slaagt voor zover het betrekking heeft op mr. drs. T.A. Gladpootjes, een en ander op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 12/05832 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Gelet op het hiervoor in 2.1 overwogene kunnen ‘s Hofs uitspraken niet in stand blijven. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling. Verwijzing moet volgen voor een nieuw onderzoek in volle omvang.
Opmerking verdient nog dat ingevolge artikel 8:42, lid 1, Awb de inspecteur alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol hebben gespeeld bij zijn besluitvorming aan de belanghebbende en aan de rechter dient over te leggen. Indien een partij verzuimt te voldoen aan de verplichting om stukken over te leggen is het op grond van artikel 8:31 Awb Pro aan de bestuursrechter om daaruit de gevolgtrekkingen te maken die hem geraden voorkomen. Dit voorschrift staat toe dat de rechter onder omstandigheden de gevolgtrekking maakt dat voorbijgegaan moet worden aan dit verzuim.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 12/05817 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de beroepen in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraken van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 115, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 1948, derhalve € 974, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2014.