ECLI:NL:HR:2014:3206

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2014
Publicatiedatum
13 november 2014
Zaaknummer
12/05816
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • R.J. Koopman
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20b lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969Art. 8:31 AwbArt. 8:42 lid 1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst zaak vennootschapsbelasting terug voor nieuw onderzoek

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Inspecteur over aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2000 en 2001, alsmede boetebeschikkingen en een beschikking op grond van artikel 20b lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Na uitspraak van de rechtbank Breda werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat op 7 november 2012 uitspraak deed.

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad beoordeelde de middelen en oordeelde dat het arrest van het hof niet in stand kon blijven, mede gelet op de overwegingen in een aan dit arrest gehecht geanonimiseerd arrest (nr. 12/05832). De Hoge Raad benadrukte het belang van volledige overlegging van stukken door de inspecteur aan belanghebbende en de rechter, zoals voorgeschreven in artikel 8:42 lid 1 Awb Pro, en wees op de mogelijkheid voor de bestuursrechter om gevolgen te verbinden aan het niet overleggen van stukken op grond van artikel 8:31 Awb Pro.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbeoordeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie. Hiermee werd het cassatieberoep gegrond verklaard en werd de procedure voortgezet met een nieuw onderzoek.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor een volledige herbeoordeling.

Uitspraak

14 november 2014
Nr. 12/05816
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 7 november 2012, nrs. 08/00230 en 08/00272, op het (incidentele) hoger beroep van belanghebbende en het (incidentele) hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nr. AWB 06/609) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2000 en 2001 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting, de voor het jaar 2001 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. G.J.M.E. de Bont en mr. A.B. Vissers, advocaten te Amsterdam

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Middel 1 faalt voor zover het betrekking heeft op mr. G.J. van Muijen en slaagt voor zover het betrekking heeft op mr. drs. T.A. Gladpootjes, een en ander op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 12/05832 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.2.
Gelet op het hiervoor in 2.1 overwogene kan ‘s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling. Verwijzing moet volgen voor een nieuw onderzoek in volle omvang.
Opmerking verdient nog dat ingevolge artikel 8:42, lid 1, Awb de inspecteur alle stukken die hem ter beschikking staan en een rol hebben gespeeld bij zijn besluitvorming aan de belanghebbende en aan de rechter dient over te leggen. Indien een partij verzuimt te voldoen aan de verplichting om stukken over te leggen is het op grond van artikel 8:31 Awb Pro aan de bestuursrechter om daaruit de gevolgtrekkingen te maken die hem geraden voorkomen. Dit voorschrift staat toe dat de rechter onder omstandigheden de gevolgtrekking maakt dat voorbijgegaan moet worden aan dit verzuim.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond;
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 466, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1948 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2014.