Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 november 2014.
Hoge Raad
Verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 augustus 2013. De advocaten van verdachte hebben middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman (voorzitter), Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 11 november 2014. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
De procedure kenmerkt zich door het ontbreken van inhoudelijke bespreking van de middelen, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van het gerechtshof zonder wijziging.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.