ECLI:NL:HR:2014:3141

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2014
Publicatiedatum
11 november 2014
Zaaknummer
13/05119
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • N. Jörg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, maar tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden, maar dat ambtshalve moest worden beoordeeld of de redelijke termijn was overschreden. Gezien de voorlopige hechtenis van de verdachte en het feit dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, was sprake van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.

Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaar naar drie jaar en tien maanden. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwierp het beroep voor het overige.

Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van vier jaar naar drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

11 november 2014
Strafkamer
nr. 13/05119
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 april 2013, nummer 22/006163-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.G.J. Knoops en mr. M.C. van Woudenberg, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 november 2014.