ECLI:NL:HR:2014:3120

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2014
Publicatiedatum
6 november 2014
Zaaknummer
13/03812
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake douanerechten en omzetbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Haarlem werd behandeld. De zaak betrof uitnodigingen aan belanghebbende tot betaling van douanerechten en omzetbelasting.

De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. De Advocaat-Generaal adviseerde op 2 april 2014 het beroep in cassatie ongegrond te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. Daarbij was geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 7 november 2014 in het openbaar uitgesproken door raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, met raadsheren E.N. Punt en R.J. Koopman, in aanwezigheid van waarnemend griffier E. Cichowski.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

7 november 2014
nr. 13/03812
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X2]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 4 juli 2013, nr. 12/01129, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 12/1276) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 2 april 2014 geconcludeerd tot ongegrond verklaren van het beroep in cassatie.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2014.