Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
11 februari 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden, maar constateert ambtshalve dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden.
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis en de Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zeven jaar naar zes jaar en acht maanden. De rest van het beroep wordt verworpen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor de strafoplegging en vermindert de straf dienovereenkomstig. Dit arrest is gewezen door de raadsheren De Savornin Lohman, Groos en Buruma en uitgesproken op 11 februari 2014.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaar naar zes jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.