Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf;
4.Slotsom
5.Beslissing
28 oktober 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over witwassen van diverse voorwerpen en geldbedragen in de periode 2010-2011. De tenlastelegging omvatte primair en subsidiair witwassen met betrekking tot personenauto's, een bromfiets, kleding, sieraden en geldbedragen.
Het hof had de tenlastelegging inhoudelijk gewijzigd door bestanddelen toe te voegen die niet als herstel van een misslag konden worden beschouwd, maar als een wijziging van de tenlastelegging die alleen volgens de wettelijke regels van art. 313 en Pro 314 Sv had mogen plaatsvinden. De verdachte werd hierdoor niet in zijn verdediging geschaad, maar de wijziging was procedureel onjuist.
De Hoge Raad bevestigde dat het verbeteren van misslagen in de tenlastelegging is toegestaan mits de verdediging niet wordt geschaad, maar dat toevoegingen die een wezenlijke wijziging vormen, niet zonder medewerking van OM en verdachte kunnen worden aangebracht. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor het onder 10 tenlastegelegde en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor het onder 10 tenlastegelegde en de strafoplegging en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.