Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 oktober 2014.
Hoge Raad
In deze zaak stond de overname van een agrarisch familiebedrijf centraal, waarbij geschil bestond over de verrekening na een doorverkoop en de uitleg van een meerwaardeclausule in de overeenkomst.
De procedure begon bij de rechtbank Groningen met meerdere vonnissen tussen 2009 en 2011, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2012 en 2013 arresten wees die de kern van het geschil behandelden. Tegen deze arresten stelden de eisers cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet vragen om beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers tevens in de kosten van het cassatiegeding, waarbij een specificatie van verschotten en salaris werd gegeven. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot en gewezen door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.