ECLI:NL:HR:2014:2785

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2014
Publicatiedatum
25 september 2014
Zaaknummer
14/02412
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2011

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2014, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2011.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld. De klachten werden niet gegrond bevonden en konden niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten aan belanghebbende op te leggen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 26 september 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

26 september 2014
Nr. 14/02412
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 27 maart 2014, nr. 13/00606, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 13/1308) betreffende de aan belanghebbende voor jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2014.