Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
23 september 2014.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2013 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. E.G.C. Groenendaal middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep van verdachte verworpen. Het arrest is gewezen door de raadsheren J. de Hullu (voorzitter), Y. Buruma en N. Jörg en uitgesproken op 23 september 2014.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.