ECLI:NL:HR:2014:274

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 2014
Publicatiedatum
7 februari 2014
Zaaknummer
13/02107
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 10:31 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake erkenning buitenlands huwelijk en partneralimentatie

In deze zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Gravenhage inzake de erkenning van zijn buitenlands huwelijk en de vaststelling van partneralimentatie. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof en stelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet vragen om beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt het beroep verworpen zonder nadere motivering.

De beschikking is gegeven door een meervoudige kamer van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door de vice-president. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen, waarmee de uitspraak van het hof bekrachtigd blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen, waarmee de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

7 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02107
EV/GB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats], Filipijnen,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 408126/FA RK 11-9288 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 augustus 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.112.946/01 van het gerechtshof ’s-Gravenhage van 23 januari 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 27 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
7 februari 2014.