ECLI:NL:HR:2014:2714

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2014
Publicatiedatum
18 september 2014
Zaaknummer
14/00557
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep college Maastricht tegen legesheffing

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch over de geheven leges aan belanghebbende [X] B.V. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten van het college niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het college werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij rekening werd gehouden met de samenhang met een andere zaak (nr. 14/00558).

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Fierstra, Koopman en Wortel en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014. Het college moet tevens griffierecht betalen. Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van het gerechtshof en sluit het cassatieproces af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

19 september 2014
Nr. 14/00557
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastrichtte
Maastricht(hierna: het College) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 19 december 2013, nr. 13/00537, op het hoger beroep van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB 11/1577) betreffende de van belanghebbende geheven leges.

1.Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend. Nu deze conclusie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 14/00558 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 974, derhalve € 487, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2014.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [Z] wordt een griffierecht geheven van € 478.