Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 8 februari 2013, nrs. BK-11/00933 en BK- 11/00934, betreffende door
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende verricht optometrische diensten en levert contactlenzen via een all-in-systeem waarbij klanten een vaste maand- of jaarbijdrage betalen voor diensten en producten. De Inspecteur weigerde teruggaaf van omzetbelasting over deze abonnementen, stellende dat het om één ondeelbare prestatie ging.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en stelde teruggaaf vast op 60%, het Hof verhoogde dit naar 90%, oordelend dat de optometrische diensten als zelfstandige, vrijgestelde medische prestaties gelden. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de Inspecteur niet in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk te reageren op het incidenteel hoger beroep van belanghebbende, wat in strijd is met het hoor en wederhoor-beginsel volgens artikel 27m, lid 2, AWR. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Den Haag en verwijst de zaak terug vanwege schending van het hoor en wederhoor-beginsel.