Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van 26 maart 2013, nr. 12/00060, betreffende een beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had bezwaar gemaakt tegen de verliesvaststelling in de vennootschapsbelasting over het jaar 2003. De Inspecteur had het verliesbedrag vastgesteld en verhoogd na bezwaar. De Rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, dat de uitspraak bevestigde.
De Hoge Raad vernietigde vervolgens het arrest van het Gerechtshof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Dit Hof bevestigde opnieuw de uitspraak van de Rechtbank. Belanghebbende stelde daarop opnieuw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is, aangezien het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de verliesvaststelling vennootschapsbelasting 2003 blijft gehandhaafd.