In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor het jaar 2009 betreffende twee onroerende zaken te [Z].
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk was. De Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de belanghebbende onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie konden leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld op 31 januari 2014.