ECLI:NL:HR:2014:1667

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2014
Publicatiedatum
10 juli 2014
Zaaknummer
13/06265
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • R.J. Koopman
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake energiebelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland betreffende door haar op aangifte voldane bedragen in de energiebelasting over de periode maart 2013 tot en met juli 2013.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard.

Tot slot is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 478 teruggegeven. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 juli 2014.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Uitspraak

11 juli 2014
Nr. 13/06265
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de
Rechtbank Gelderland(hierna: de Rechtbank) van 7 november 2013, nrs. AWB 13/4724, 13/4726, 13/6369, 13/6370 en 13/6371, betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen in de energiebelasting over de tijdvakken maart 2013 tot en met juli 2013.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak mondeling doen toelichten door mr. Y.E.J. Geradts, advocaat te Amsterdam.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie het heden in de zaak met nummer 13/06262 uitgesproken arrest van de Hoge Raad).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck, R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 478 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.