Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
1 juli 2014.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht. Echter zijn namens haar niet tijdig de middelen van cassatie door een raadsman ingediend, zoals vereist volgens art. 447, vijfde lid, Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat het ontbreken van tijdige indiening van middelen betekent dat het beroep niet ontvankelijk is.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee wordt het cassatieberoep van klaagster afgewezen op ontvankelijkheidsgronden.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.